Advocaat bekritiseert gebrek aan openheid van de Staat in coronazaak
Edelachtbare college, aan het eind van dit pleidooi
wil ik u wijzen op een aantal fundamentele vragen waar u in deze
procedure een antwoord op zult moeten vinden.
De vraag in deze procedure is immers niet alleen welke
feiten uit het omvangrijke dossier van mijn cliënt volgen.
Een veel fundamentelere vraag is hoe de rechtbank met deze zaak van
groot maatschappelijk belang dient om te gaan, gelet op het feit dat de
gedaagden, waaronder de Staat der Nederlanden,
nalaten daarop
inhoudelijk en gemotiveerd te reageren.
Dat zij dat niet doen staat vast, nu zij de Covid negentien injecties
steevast als veilig en effectief blijven aanduiden en blijven
vasthouden aan het officiële Covid negentien narratief, waarvan inmiddels
duidelijk is dat dit narratief op leugens is gebaseerd.
Juist van de Staat der Nederlanden mag worden verwacht dat hij inhoudelijk
reageert en daarbij niets achterhoudt.
In een zaak zoals deze zouden geen gegevens uit WOO verzoeken
nodig moeten zijn. De Staat heeft de processuele
plicht om alle van belang zijnde feiten en omstandigheden
volledig en naar waarheid aan te dragen.
De Staat had dus uit eigen beweging ten behoeve van het processuele
debat belangrijke stukken zoals de opnames van de OMT
bijeenkomsten, de ongelikte versie van het Pfizer rapport
uit
april 2021 en de volledige versies van de
Europese inkoop contracten zelf moeten inbrengen.
Ze had ook zelf moeten aangeven welke ambtenaren of aan de
staat gelieerde personen een rol hebben gespeeld bij de pandemie
oefeningen. Zij had zelf haar verhouding tot de NAVO
duidelijk
moeten maken en de afspraken tussen de NAVO en de
staat in het kader van Covid negentien op tafel moeten leggen.
Niets van dit alles is gebeurd.
End of transcript · 279 words