Identity and Desire in Performance
Jullie kennen mij als Frans, een jongen uit de caravan.
Maar als Frans, die jongen
voel ik me niet echt.
Voel ik me niet echt een man.
Ik hou niet van voetbal
en ik draag
geen ruiten bloesjes,
want ik ben Francine
en ik wil zo graag een poesje. Francine.
Francine.
Jullie kennen mij als Frans.
Als iemand uit niemandsland.
Noem me liever geen Fransman,
want ik ben
geen passe-partoutje.
Nee, ik ben
Francine.
Francine wil een poesje. Francine.
Francine.
Ik ben Francine en ik wil zo graag een poesje.
Ik ben Francine en ik wil zo graag een poesje.
Ik ben Francine en ik wil zo graag een poesje.
Ik ben Francine en ik wil zo graag een poesje.
Ik ben Francine en ik wil zo graag een
poesje.
Ik ben Francine en ik wil zo graag een poesje.
Ik ben Francine en ik wil zo graag een poesje.
Ik ben Francine en ik wil zo graag een poesje.
End of transcript · 161 words